Soms word ik wakker met een knoop in mijn maag.
Nog vóór ik een gedachte heb gehad.
Het is er gewoon.
Zonder reden en zonder waarschuwing.

Ik sta op.
Zet thee.
Mijn hoofd voelt meteen vol.

Ik weet soms niet meer waarom ik naar boven liep.
Laat m’n sleutels liggen.
Vergeet de melk.

Ondertussen ga ik gewoon door. Werk, kinderen, taken regelen, appjes beantwoorden.
Lachend doe ik ze ook nog eens.
Want mijn gevoel weglachen kan ik als de beste.

Maar vanbinnen?
Is het stil.
Of nee, eigenlijk heel erg druk.
Maar dan op die ongrijpbare manier.
Zo’n storm die je van buiten niet ziet.

Ik ken deze stille rouw maar al te goed.
Niet de huilende, schreeuwende variant.
Maar de stille, de opgekropte.

Huilen…
Ik vond dat altijd al erg moeilijk.
Ik geloofde dat het een zwakte was.

Of erger nog:
Dat als ik daaraan zou beginnen, ik mezelf zou verliezen.
Dat dit het begin van het einde zou zijn.

Mijn eigen rouwcoach spiegelde me iets wat ik tot dan toe niet kon geloven:
Dat huilen geen teken van zwakte is.
En dat ik m’n verdriet niet hoef weg te duwen om sterk te blijven.

Ik huil nog steeds niet snel.
Maar als het er is, dan mag het er zijn.
Zonder oordeel.
Zonder mezelf bij elkaar te hoeven rapen.

En weet je?
Zelfs als de tranen uitblijven…
Voel ik het gemis.
Elke dag.

Wat ik later pas ontdekte, is dat ik daar niet alleen in ben.
Dat er veel vrouwen zijn die hetzelfde meemaken.
Die ook denken dat het wel meevalt,
omdat ze niet huilen.

Vrouwen die bij mij komen zeggen dingen als:

“Ik huil bijna niet meer, dus misschien valt het wel mee.”
“Anderen zijn al verder dan ik. Waarom blijf ik zo hangen?”
“Ik voel me leeg, moe, in de war… maar misschien hoort dit gewoon zo?”

We hebben geleerd dat rouw zichtbaar moet zijn.
Tranen met grote lange uithalen.
Maar de rouw die ik ken — en die ik dagelijks zie —
is stiller.

Deze woont in je lichaam.
In je adem die nooit helemaal zakt.
In het gevoel dat je functioneert, maar nergens echt bent.
In het lachen terwijl je hoofd bonkt.
In het vergeten van kleine dingen.
In het constante doorgaan terwijl iets in jou eigenlijk wil stoppen.

Rouw is er.
Ook als je niet huilt.
Ook als je lacht.

Het leeft in je mee.
En soms is het genoeg om dat te erkennen.
Vandaag.
En morgen weer.